Enkele maanden is kunstenaar/illustrator Sytse van der Zee bezig geweest met de elf kunstwerken die hij moest maken voor de jubileumexpositie in Groningse Pictura ter gelegenheid van het 45-jarig bestaan van de Stichting Oude Groninger Kerken.
Maar van een normaal kunstwerk in de traditionele zin van het woord is eigenlijk geen sprake. Het is juist de onorthodoxe aanpak van Van der Zee die hem zo geschikt maakt om de hoofdrol te spelen in de expositie met de elf geselecteerde verhalen uit elf verschillende eeuwen.
Een spannende mix van oude tekentechniek verwerkt en geoptimaliseerd met de digitale mogelijkheden van de computer. Hiermee laat hij ‘het oude’ en ‘het nieuwe’ een prachtig verbond met elkaar aangaan.
‘Biblioteca Dianne Bakker is een boek over boeken. Afbeeldingen en tekstfragmenten uit elf van mijn boeken, gemaakt tussen 2006 en 2014, vormen samen dit nieuwe kunstwerk-in-boekvorm.’ Aldus Dianne Bakker in haar voorwoord.
Deze uitgave lijkt een buitengewoon geslaagde hybride vorm van catalogus en kunstenaarsboek. Een documentaire uitgave over een aantal van Dianne Bakkers boekwerken, maar in een vorm die in alle opzichten het eigen handschrift van de kunstenaar toont.
De dichtbundel Van hier naar daar is een verzamelbundel van oude en een twintigtal nieuwe gedichten. Het werk van Marja van der Veen is tegelijk heel poëtisch en buitengewoon talig, in een aantrekkelijke mengeling van gevoelig en concreet. De illustraties van de hand van Jeannette Ensing sluiten daar prachtig bij aan. Sinds twee jaar woont Marja van der Veen met de liefde van haar leven in Holwerd, Dongeradeel. Ze is daar in 2013 verkozen tot Dongeradichter.
Van deze speciale editie verschenen slechts 100 genummerde en gesigneerde, luxe exemplaren, die alle zijn voorzien van een los bijgevoegde, originele tekening van 25 x 20 cm uit een reeks van 100.
De uitgave op het formaat van 29 x 22 cm is gekartonneerd gebonden met een zogenaamde ‘blote rug’. Het binnenwerk telt 30 pagina’s. Fotograaf Harry Cock maakte de foto’s en dichter Remco Ekkers voorzag de uitgave op de boekband van een tweedelig gedicht, geïnspireerd op het werk van Rudy Lanjouw.
In het kunstzinnig coming-of-age-document Wherever my feet would take me wordt het verhaal verteld van iemand die in een vreemde stad ronddwaalt en zichzelf probeert te vinden.
De aanleiding voor Coen Bouwstra om dit verhaal te maken, was een studiereis naar Spanje die hij vier jaar geleden maakte met een paar klasgenoten.
Die reis werd al snel veel meer dan een gewone kunsteducatieve onderneming en bleek gaandeweg ook van veel persoonlijker aard. Barcelona was een zoektocht en leverde een zoektocht op.
Coen Bouwstra: ‘Wat wil een vreemde stad van haar bezoeker? Ik zat in die periode ook zelf wat in de knoop en probeerde mijzelf ondertussen ook weer terug te vinden. Deze gegevens waren goed te combineren tot een boek.’
In het kunstzinnig coming-of-age-document Wherever my feet would take me wordt het verhaal verteld van iemand die in een vreemde stad ronddwaalt en zichzelf probeert te vinden. De aanleiding voor Coen Bouwstra om dit verhaal te maken, was een studiereis naar Spanje die hij vier jaar geleden maakte met een paar klasgenoten. Die reis werd al snel veel meer dan een gewone kunsteducatieve onderneming en bleek gaandeweg ook van veel persoonlijker aard. Barcelona was een zoektocht en leverde een zoektocht op. Coen Bouwstra: ‘Wat wil een vreemde stad van haar bezoeker? Ik zat in die periode ook zelf wat in de knoop en probeerde mijzelf ondertussen ook weer terug te vinden. Deze gegevens waren goed te combineren tot een boek.’
De dichtbundel Jonge groenling, oude eend bevat 24 nieuwe gedichten. Intiem van aard en – door het formaat van het boekje (ca 10,5 x 15 cm) – intiem in de hand.
Het zijn gedichten die het puur persoonlijke overstijgen, met thema’s als jong en oud, de natuur die tot ons spreekt, liefde, verzoening en humor.
Beeldend kunstenaar Asaph Ben-Menahem maakte het omslagbeeld van de dichtbundel.
Combinatie van grafiek-/kunstenaarsboek geheel in hoogdruk vervaardigd door de kunstenaar zelf. De tekst van Greetje Tromp liet Irene Verbeek een grote rol spelen, maar maakte zij tevens ondergeschikt aan het beeldende verhaal dat ze ervoor maakte.
Willem Tjebbe Oostenbrink (1963) is als dichter een aanwinst voor de Groninger streektaal. In 2010 ontving hij de Freudenthal Aanmoedingsprijs – de oudste en belangrijkste prijs voor de beste nieuwe Nedersaksische literatuur.
Op de achterkant van het boek schrijft Remco Ekkers onder meer:
‘Oostenbrink vindt de vissen voor zijn gedichten in het verleden, de sterke verhalen van zijn “pabbe” hebben hem gevoed. Hij vist nu in de sloten en kanalen van de taal. Hij vangt geen dikke snoeken, maar woorden en zinnen die uitzicht geven op het beloofde land van verleden en toekomst.’
Na zeven jaar verschijnt bij Philip Elchers het tweede kunstwerk-in-boekvorm van beeldend kunstenaar Annelies Alewijnse. Innig is een handgestoken cahier, waarvan het binnenwerk telkens kleiner wordt en de sfeer intiemer. Was die eerste uitgave uit 2006 – Bloeitakjes – al een bijzondere en originele uitgave, dit nieuwe kunstwerk vol verhulde verlangens en angsten, maar ook zachte en troostrijke ontroering, kruipt nog dichter op de huid van de lezer.
De uitgave Huis – schilderijen van Bea van Twillert dat bij Uitgeverij Philip Elchers verschijnt, biedt een representatief overzicht van de huizen-schilderijen die Bea van Twillert de afgelopen jaren maakte.
Na zeven jaar verschijnt bij Philip Elchers het tweede kunstwerk-in-boekvorm van beeldend kunstenaar Annelies Alewijnse. Innig is een handgestoken cahier, waarvan het binnenwerk telkens kleiner wordt en de sfeer intiemer. Was die eerste uitgave uit 2006 – Bloeitakjes – al een bijzondere en originele uitgave, dit nieuwe kunstwerk vol verhulde verlangens en angsten, maar ook zachte en troostrijke ontroering, kruipt nog dichter op de huid van de lezer.
Geïnspireerd door zijn eerdere frottage-tekeningen maakte Drewes de Wit in samenwerking met Philip Elchers een luxe kunsteditie in een zeer beperkte oplage van slechts tien exemplaren. In een speciaal gebouwde, door De Wit zelf afgewerkte houten bodem-/dekseldoos zijn drie originele frottages opgeborgen, terwijl de deksel op ingenieuze manier een vierde exemplaar bevat. Alle frottages van de tien reeksen zijn per stuk door De Wit ‘getekend’.
Op een los blad in de doos zijn twee gedichten van Maria van Daalen opgenomen, die zij speciaal voor deze uitgave schreef.
De Nederlandse boekontwerper Irma Boom (1960) is inmiddels een icoon met wereldwijde faam. Haar carrière nam een enorme vlucht met haar ontwerp van het magnum opus SHV Think Book, dat zij maakte over de geschiedenis van de Steenkolen Handelsvereeniging in opdracht van Paul Fentener van Vlissingen. Vijf jaar lang kreeg zij van hem in creatief en financieel opzicht carte blanche om er een meer dan bijzonder boek van te maken.
Boom ontving diverse prestigieuze prijzen waaronder de Gutenbergprijs en haar werk is intercontinentaal tentoongesteld in onder meer het Centre Pompidou in Parijs en het Museum of Modern Art in New York.
Het Boek voor Altijd wil een hedendaags equivalent van het middeleeuwse getijdenboek zijn, weliswaar niet expliciet religieus maar wel oproepend tot contemplatie.
Het werk werd ontworpen met het ene been in de middeleeuwen en het andere in de hedendaagse tijd. Dat resulteerde in een originele structuur die gebaseerd is op de oude traditie van het getijdenboek.
Het poëtisch proza spreekt de lezer aan de hand van een aantal existentiële kernthema’s direct aan en deze op na te denken over zijn bestaan in voor en tegenspoed.
Het is een unieke uitgave, die door zijn aard, inhoud en beeld een hoogtepunt vormt binnen het fonds van Philip Elchers.
De Nederlandse boekontwerper Irma Boom (1960) is inmiddels een icoon met wereldwijde faam. Haar carrière nam een enorme vlucht met haar ontwerp van het magnum opus SHV Think Book, dat zij maakte over de geschiedenis van de Steenkolen Handelsvereeniging in opdracht van Paul Fentener van Vlissingen. Vijf jaar lang kreeg zij van hem in creatief en financieel opzicht carte blanche om er een meer dan bijzonder boek van te maken.
Boom ontving diverse prestigieuze prijzen waaronder de Gutenbergprijs en haar werk is intercontinentaal tentoongesteld in onder meer het Centre Pompidou in Parijs en het Museum of Modern Art in New York.
Voor het elfde jaarboek heeft de redactie opnieuw een aantal uiterst interessante artikelen bij elkaar gebracht. Uitgangspunt van alle auteurs is steeds om nieuwe inzichten en onverwachte ontdekkingen te presenteren. Anneke de Vries heeft het ‘clubideaal’ van De Ploeg onderzocht en alle pogingen die de kunstenaar hebben ondernomen om gezamenlijk op te trekken nauwkeurig in kaart gebracht. Tijdens dit onderzoek heeft zij allerlei interessante ontdekkingen gedaan en ook de identiteit achterhaald van het befaamde model Jeanne de Blécourt.